De laatste loodjes....
India 2009
|
16 April 2009 | 05:34:29
Onze laatste nacht brengen we noodgedwongen door in Delhi. We haden dat liever overgeslagen na alle rust en natuur in Darjeeling.. maar anders halen we het vliegtuig niet, dus t moet maar!
Na Darjeeling stad zijn we in een stadje 30 km ten zuiden terecht gekomen, Kursuong. Een heerlijk rustig, en vooral niet toeristisch plekje. Ons hotel is prachtig: een oud koloniaal gebouw, gebouwd op een uitloper van een berg even buiten Kursuong. Aan weerszijden van de berg zie je niets anders als theeplantages, met tussendoor kleine dorpjes. Jammer genoeg lijkt het of we alleen maar in een wolk zitten, zodat het zich niet erg ver rijkt. Toch zie je in de verte de contouren van andere bergen, en aan 1 kant heel ver weg de laagvlakte, waar we weer heen moeten richting vliegveld.
Deze laatste dagen doen we niet veel. ’s Ochtends en ’s middags een wandeling over de kleine slingerende weggetjes en tussen de theeplantages door. Met regelmaat komen we groepjes vrouwen tegen die de hele dag door, op de soms heel steile hellingen, de thee plukken.
-na een dag werken komen ze van de plantage om hun blaadjes bij de fabriek in te leveren-
In groepjes van 10 tot 15 werken ze elke dag op een ander stuk land. Het is dus steeds weer een verrassing waar we ze tegen komen. Het is hier de voornaamste bron van bestaan. Het gemiddelde dagloon van deze mensen is 1 euro. Niet echt een goed salaris zou je denken. En dat voor thee die onder andere ingekocht wordt door Simon Leevelt, en andere grote namen. Sinds een aantal jaren zijn de plantages op de organische toer gegaan dit levert uiteindelijk meer thee op en betere kwaliteit.
Naast het magere salaris wordt er verder wel goed voor de plukkers gezorgd. Huisvesting, medische zorg en school voor de kinderen zijn gratis en worden geregeld.
De eigenaresse van het hotel vroeg ons op een middag mee te gaan naar het huis van een plantage-directeur. Ze dacht dat dat misschien leuk voor ons was. Ik moet zeggen dat dat een bijzondere ervaring bleek. We moesten allebei denken aan het huis op Java waar Magnolia opgegroeid was, en wat we een aantal jaren geleden hebben opgezocht. De tijd lijkt stil te hebben gestaan in het huis. Een echt klassiek plantagehuis, met rondom een grote varanda. Overal luie stoelen. Binnen een zeer klassiek interieur, met nog jachttrofeeen (oa een opgezette tijger!) aan de muur en in de kamer. Ahum…
Even waanden we ons in vervlogen tijden, terwijl een bediende thee ging maken en we ons in een stoel lieten zakken. Een leuke ervaring, en bij het afscheid kreeg ik het visitekaartje van de directeur himself! Haha. Weet niet wat ik ermee moet, maar wel grappig.
Verder luieren we wat, beetje in het tuintje achter onze kamer zitten, luisteren naar het gekwetter van de mensen in het dorpje vlak onder ons, boek lezen en lekker eten. Af en toe een heerlijke kop thee, gezet door een jongen die voor een thee-company werkt in Calcutta. Ik wist niet dat thee zo lekker kon zijn! Bijna mis ik een goeie kop koffie niet meer!
Eigenlijk is het nu even echt vakantie en het voelt goed om op deze manier onze tijd in India af te ronden.
Het was weer een memorabele reis, met veel verschillende sferen en “landen”. Hiervan is deze laatste ervaring wel het meest on-indiaas.. we wanen ons absoluut niet in het gemiddelde India. Maar goed, dit district hoorde vroeger ook niet bij India, en strijd schijnt nog steeds gaande te zijn. Een grote groep mensen wil dat het (weer) Gorka-land wordt, een onafhankelijke staat. Een enorm politiek issue. Soms laait deze strijd zo op dat de hele boel plat komt te liggen,en je hier als bezoeker maar beter niet kunt wezen. Gelukkig is het nu relatief rustig, ondanks de komende verkiezingen, die waar we ook zijn, niet te vermijden zijn..
-verkiezingsbijeenkomst-
Overal zijn bijeenkomsten van verschillende partijen, die uiteraard proberen zoveel mogelijk stemmen te winnen. India is een democratie, maar de kranten staan bol van verhalen over corrupte handelingen om mensen te dwingen op ze te stemmen! Rare boel hoor.
Onze reis is ten einde, we komen weer naar huis. Met weemoed en verlangen nemen we afscheid. Weemoed om dit bijzondere continent achter te laten. Verlangen om weer thuis te zijn.
De thee smaakt heerlijk!
India 2009
|
10 April 2009 | 10:42:38
Nou, de thee in Darjeeling smaakt echt heerlijk! Kan de kwaliteit toch wel proeven, ook al ben ik niet zo'n expert.
We zijn wel echt in een andere wereld beland..... Niets doet mij in ieder geval nog aan India denken. Voel me meer in Nepal of Tibet! De mensen, de huizen, de omgeving...
Men kleed zich anders; je ziet hier veel meer vrouwen aan het werk. De vrouwen zijn ook echt een stuk vrijer dan verderop in India. Sari's worden nog wel gedragen, maar niet door iedereen.
Helaas hebben we de laatste dagen veel donkere luchten en flink wat regen gehad. Ipv een airconditioning hebben we nu een heater 's avonds in het hotel aan! De nachten zijn behoorlijk fris. Ga bijna de warmte missen, maar gelukkig maakte vandaag weer een hoop goed. Han maakte me om half 7 wakker omdat de lucht zo mooi helder was, en we daarom zicht zouden hebben op de Himalayas, die verderop liggen. Darjeeling ligt aan de zuidelijke kant van de Himalaya's, en als het helder is kun je de bergen hoed zien. De hoogste die te zien is, is de K3, de op 2 na hoogste berg van de wereld (ruim 8000 meter hoog). En die hebben we gezien! Eerst een aardig eindje gelopen, om uiteindelijk bij een goed uitzichtpunt aan te komen, vanwaar we echt hebben zitten genieten! Wat mooi, en indrukwekkend.
later die morgen (na een ontbijtje) hebben we ons bij een theeplantage af laten zetten en daar wat rondgewandeld. De thee die hier vandaan komt is organisch en gaat naar Harrods, Engeland. Een groepje vrouwen was bezig met de eerste pluk van de dag: de jonge verse groene blaadjes. En alleen 1 fris groen blaadje in het midden van een takje is geschikt voor de beste kwaliteit! wat een werk... en dat slobberen wij zomaar weg, zonder bij na te denken!
Na de plantage bezochten we een "Tibetan refugees village". Dit was het eerste dorpje (centrum) wat is ontstaan nadat hier tibetanen terecht kwamen die vluchtten in de tijd dat de Dalai lama Tibet ontvluchtte. Toen ik een aantal oudere dametjes zag moest ik er echt aan denken: dat zij dit allemaal hebben meegemaakt!
Lieve mensen, en zo anders dan indiers! Heerlijk om even te voelen en mee te maken.
Verder lopen we hier wat af! Niets is vlak, alle weggetjes gaan omhoog of omlaag. Bijzonder heftig, omdat het ook zo hoog is. Morgen vertrekken we naar een plaats zo'n 30 km naar beneden (slechts 1500 meter hoog..) om de laatste dagen voor we weer naar Delhi moeten in een wat beter hotel door te brengen, Dit hotel zou midden in een thee-plantage liggen. ik heb er zin in.
Inmiddels is het nog steeds zonnig en gaan we nog wat wandelen. waarschijnlijk kom ik hier nog 1 keertje om mijn laatste verhaaltje op te schrijven.
Vanuit zo ongeveer de armste streek in India (Orissa) zijn we in West-Bengalen aangekomen. Dit is een lang uitgestrekte deelstaat, en wij zitten in het bovenste hoekje, in het district Darjeeling. Ongeveer met Nepal links naast ons, en Tibet in het noorden. Rechts onder ligt Bangladesh. Om niet te veel te reizen op 1 dag besloten we in een stadje niet ver van de luchthaven te overnachten. Helaas zijn de eerste indrukken hier niet echt prettig. Het is hier druk en chaotisch, en niets is zoals we het verwacht hadden. We hebben niet goed de reisgids gezelzen, want er stond wel degelijk dat dit stadje gebruikt wordt als doorgangsroute en er wordt hier veel handel gedreven. We hoopten op een lieflijk landschap, met glooiende heuvels en veel thee plantages. Waarschijnlijk komt dat morgen wel als we doorreizen naar de stad Darjeeling. Nu zitten we echter tussen veel verkeer en vooral veel getoeter. Iedereen in India die de weg gebruikt toetert. En niet zo’n beetje ook! Ze willen er allemaal langs, rechts of links om. Gek word je ervan…
Wat wel meteen opviel toen we aankwamen was dat het uiterlijk van de mensen weer zo anders is. In Rajastan waren het echt de woestijnbewoners. In Orissa de stammen en meer gemiddelde indiasche gezichten. Maar hier hebben veel mensen een meer tibetaans uiterlijk. En wat verder niet onprettig is, is de temperatuur! Zeker 10 graden koeler dan in Orissa, waar het op de laatste dag 45 graden was!
Eigenlijk hadden we ook nog naar Bhutan gewild, maar het blijkt dat je daar 200 dollar p.p. per dag moet uitgeven. En dat is echt een beetje te gortig. Om toch nog een laatste week heel andere sferen te proeven werd het Darjeeling. Een gebied met veel “hillstations” waar de engelsen vroeger met name zich in de zomers ophielden omdat het er een stuk koeler was dan op veel andere plekken in India. En ja, zij hebben de thee gemaakt tot wat het tot op de dag van vandaag nog steeds is. Men zegt dat hier vandaan de fijnste theesoorten komen!We zullen het gaan zien en proeven!!
Woensdag 8 april.
Aangekomen in Darjeeling wat zich op 2000 meter hoogte bevindt. De afstand die we moesten overbruggen was slechts 80 km, maar duurde (met jeep) 2,5 uur. Al het vervoer gaat hier per jeep of minibusje. Een ander alternatief is een “toy-train”; en heel oud treintje wat ruim 100 jaar oud is en wat gebruikt werd voor transport van de thee. Nu is het nog steeds een rijdend alternatief, maar het treintje gaat maar 10 kom per uur! We hadden geen trek in 9 uur trein, dus dan maar de jeep. Waarom hier veel jeeps rijden werd al snel duidelijk. De wegen gaan snel bergopwaarts, zijn smal, slecht en kronkelig. Binnen no time zaten we erg hoog, en begon ik zelfs een soort van hoogtevrees te voelen. Naast de weg gaat namelijk de berg erg steil naar beneden!
Maar goed, af en toe durfde ik het aan om even om me heen te gluren, en moest toegeven dat het landschap adembenemend is! Langs de weg kleine dorpjes, die nergens vlak liggen maar altijd op de berg, dus terrasgewijs gebouwd. De huizen doen vaak wat engels aan of geven een meer tibetaans sfeertje. De mensen hebben vaak een nepalees/ tibetaans uiterlijk. Hier heb ik nog geen hindu tempel gezien. Wel boeddistische kloosters en tempels. En soms een erg engels kerkje! Vreemde mix, maar wel leuk.
Hier boven in de bergen is het bijna koud. In de gids lees ik dat het ’s zomers 15 graden is. Het is goed voelbaar en de sokken en sweaters worden uit de koffers getrokken.
Het is hier prachtig en fascinerend. De mensen lijken soms bijna chinees, ook qua kleding. Ik hoop dat we het een en ander kunnen gaan bekijken, zoals een paar tempels/kloosters en een botanische tuin. Helaas loop ik niet echt makkelijk, want een kleine week geleden heb ik mijn enkel behoorlijk verzwikt! Veel beweging zit er nog niet in en het doet pijn. Jammer maar helaas, dus dan maar steeds kleine stukjes lopen of een taxi regelen. Aan de andere kant kan ik toch ook niet erg snel in deze hoogte. Ik voel me enigszins ligt in het hoofd! Nog een kilometerje hoger en ik had hoogteziekte gekregen! Nu zit ik er tegen aan en hoop dat het hierbij blijft.
Het ziet er in ieder geval naar uiit dat we de laatste week van onze reis in een relatief koele omgeving door zullen brengen. Op het moment van schrijven regent het zelfs behoorlijk. iemand van het hotel maakt in de gezellige gezamelijke ruimte een houtkachel aan en een paar mensen zitten te internetten of te lezen. Kopje thee erbij en het leven is gewoon goed!
De primitieve stammen van Orissa
India 2009
|
06 April 2009 | 12:28:24
In Orissa leven nog 62 verschillende stammen. Sommigen zijn al wat meer geciviliseerd, maar een aantal leeft nog erg primitief en vrijwel zoals ze altijd hebben gedaan. Bij hen zijn maar weinig westerse invloeden te vinden. Ze hebben een zwaar leven. De gemiddelde leeftijd is begin 50! Volgens onze gids zijn het “simpele mensen”. Waarmee hij bedoelde dat ze niet nadenken over leven en dood. Hun geloof is het animisme. Soms noemde mr. Lala het “sjamanisme”.
Als er iemand dood gaat komt dat niet door ouderdom of ziekte, maar het is de kwade geest die dat heeft gedaan.
Op onze tocht hebben we een aantal van deze stammen opgezocht. De meest primitieve en kleurrijke stammen zijn voor ons niet te bezoeken in hun eigen leefomgeving. Ze leven nog diep in de bergen, ver van de gebaande paden. Om hen te ontmoeten moesten we ’s ochtends heel vroeg op (soms al om 5 uur), een uur of wat rijden, om ze uiteindelijk naar de wekelijkse markt te zien gaan. Een keer per week komen de mensen van een paar verschillende stammen de bergen af om hun spullen te verkopen op de weekmarkt, en om andere spullen te kopen. Ze lopen soms wel 30 km, en dan nog het grootste deel daar waar geen wegen zijn, op blote voeten.
De vrouwen dragen met name de meeste goederen in manden op hun hoofd. De mannen hebben soms wat bij zich, maar het schijnt niet tot hun taak te horen om het zware werk te doen; zij zijn voor de jacht. De eerste stam die we zagen waren de mensen van de Dongariya Kandh (de ‘Kond people’..). meestal in wit of geel gekleed, soms al in wat meer kleuren. Kenmerkend van hen was dat ze niet op de foto wilden (maar er ook niet moeilijk over deden) en vooral heel snel voorbij liepen. Bijna alle stammen zijn prachtig versierd met veel oorringen, halsringen, neusringen etc. deze stam kenmerkt zich door de mooie en ingewikkelde haarversieringen.
De vrouwen dragen veel haarspelden en hebben hun lange haren in een prachtige wrong die er zeer kunstig uitziet. In het haar hebben ze een klein sikkelvormig mesje gestoken. De oren hebben vaak ringen van begin tot eind. Kleine kinderen worden in een doek gedragen, en soms zie je ze bijna niet omdat ze onder hun kleding hangen. Op hun hoofd meestal manden vol bladeren en verschillende soorten groenten. De mannen dragen een kleine lendedoek met een wat groter mes op hun heup en soms een shirt. Hun haar is wat simpeler versierd, en het toppunt van versiering is een klein kammetje in het haar gestoken! Sommige vrouwen stopten wel even bij ons om mesjes, kettingen en andere sieraden te verkopen.
Na een poosje langs de aanlooproute te heben gestaan begaven we ons naar de markt. Hier waren meer verschillende mensen (van ook andere stammen en gewone boeren uit de omgeving) te vinden en bleek men zich minder om ons te bekommeren. Het ging daar echt om de handel.
Mr Lala was een geweldige bron van uitleg en informatie. Hij wist zoveel over deze mensen en hun gewoontes en gebruiken te vertellen! Met regelmaat maakte hij met iemand een praatje, zodat wij op ons gemak een paar foto’s konden schieten. Hij heeft absoluut een grote liefde voor dit volk. Met een aantal andere reisbureautjes support hij een flink aantal dorpen om de levensstandaard te verbeteren.
Ook neemt hij als hij een tocht als deze maakt altijd een tas met ‘oude’ kleren mee, die hij vervolgens uitdeelt aan hen die helemaal niets hebben. Er was bij een dorpje ergens onderweg een oude man, met alleen een heel klein lendedoekje om. Hij gaf de man een overhemd en hielp hem deze aantrekken. Zeer liefdevol en voorzichtig knoopte hij de knoopjes dicht en was blij met het opgetogen gezicht van de man.
Mr Lala kan bij ons niet meer stuk!!
Op een gegeven moment troffen we op de markt een groepje rokende vrouwen bij de tabakverkopers. Bleek dat ze de tabak aan het testen waren alvorens ze die zouden aanschaffen. De wijze van roken was erg bijzonder. De sigaar werd (eerst vers gerold door de verkoper) aangestoken en vervolgens omgekeerd in de mond gestoken om te roken!
Verder werden er aardewerken potten, stof en kippen aangeschaft. De kipjes in een doek op de heup gehangen om de lange weg terug te doorstaan. De markt duurde tot tegen 13.00. Al met al lopen deze mensen dus uren om vervolgens misschien een uur of twee daar door te brengen. En dan weer snel op pad om misschien ’s nachts in het dorpje weer aan te komen.
Een andere bergstam die we ontmoetten waren de “Bonda”mensen. Deze mensen hebben we op dezelfde wijze als de “Kond” ontmoet. Ook zij kwamen in groepjes van verre aanlopen vanuit de bergen om hun spullen op de markt te gaan verhandelen. De Bonda zijn zo mogelijk nog veel exotischer. Ze zijn vrij klein (maatje kind van een jaar of 12), vrijwel naakt, en naast een klein lendedoekje behangen met enorme hoeveelheden kleurrijke kettingen over hun blote bovenlichaam. Op hun (kaalgeschoren)hoofd ook een enorme hoeveelheid kettingen en verder dikke hals ringen en oor en neusversiering.
Op de foto wilden ze wel, als we ze maar wat geld gaven. De reden hiervan was voornamelijk dat zij denken dat als er een foto genomen wordt, hun ziel doodgaat. En om de grote geest gunstig te stemmen moet er drank geofferd (gekocht) worden en dan komt alles weer goed! Dus van de 10 roepie (16 cent) werd een fles drank gekocht en opgedronken! Drank was sowieso een punt bij deze mensen. De mannen van de stam kon je maar beter helemaal niet fotograferen. Ze waren vaak al dronken als ze aankwamen, en zouden vrij agressief zijn. Vooral als ze een pijl en boog bij zich hadden kon je maar beter even de andere kant op kijken. De vrouwen echter lieten zich graag fotograferen en gaven zelf een demonstratie van het drinken van Salop (de drank die ze van een bepaald soort bloemetje maken). Dit volk kan er sowieso wat van: ze schijnen zelfs baby’s al drank te geven! Pffft…. Heftig.
Op de markt kwamen we ze weer tegen, en was het makkelijker ze stiekem te fotograferen. De markt was te verdelen in een non-alcoholic en een alcoholic section. In de alcohol-sectie werd druk gehandeld in vier soorten drank. Allemaal gemaakt van of bloemetjes, of van een soort hars die uit een boom wordt gehaald. Er werd veel gedronken en de Bonda zouden vooral voor ze de lange terugtocht gingen maken, eerst eens flink gaan hijsen! Ook waren op de markt weer mensen van andere volkeren en stammen. De Gadaba’s zijn ook zo’n exotisch soort, maar van hun oorspronkelijke kleding en versiering was niet veel meer over. Slechts een paar oude vrouwtjes liepen nog te pronken en wilden maar al te graag voor een paar roepie op de foto! Kenmerkend aan hun uiterlijk zijn twee enorm zware halsringen en enorme oorringen.
De jongeren van deze stam haden zich al meer en meer losgemaakt van hun oorspronkelijke cultuur. Zoals Mr. Lala af en toe verzuchtte: over een paar decennia is er niets meer van deze rijkdom over! Het zal helemaal verdwijnen….
En wat we verder onderweg tegenkwamen……
Dorpjes, andere stammen, prachtige landschappen en feest!
Een aantal dorpjes kenmerken zich door 1 activiteit. Zo kwamen we langs een weversdorp, waar sari’s worden gewoven worden. Iedereen in dat dorp doet een stukje van het werk. En pottenbakkersdorpen waar voornamelijk grote kruiken gemaakt worden op een bijna primitieve wijze. Dan is er een stam die erg goed is in het verbouwen van groentes. Zij leken iets minder arm dan veel andere dorpen. Hun land prachtig groen, met allerlei soorten groente er op. De huisjes in vrolijke kleuren geschilderd.
De dorpen zijn over het algemeen een soort van lange straat met aan weerskanten huisjes. De daken hangen erg laag, zodat het relatief koel is daaronder.
Als we de dorpjes in gingen (vaak onderweg, tussen het rijden door) nam mr Lala steevast een zak snoepjes mee. Hij maakte met iedereen een praatje en deelde de snoepjes uit.
Uiteraard kwamen daar veel mensen op af. Heel veel kinderen, maar ook mannen en vrouwen (die vaak het snoepje ergens in hun sari opborgen). Vaak ging Lala gewoon lekker ergens zitten en werd de groep om hem heen steeds groter. In het begin zijn de meeste mensen een beetje op hun hoede als ze vreemden zien, maar als je ook gewoon even rustig de tijd neemt en bij hen komt zitten, wordt het langzaam steeds minder vreemd. Ik liet hen dan de kettingen zien die ik van de bergstam-vrouwen had gekocht. Dat vonden ze heel interessant. Dan wees ik op hun versieringen, en die lieten ze me vaak ook zien!
Er is zoveel te vertellen, en we hebben zoveel in die week gezien! Ik denk dat ik wel door kan blijven gaan! Steeds weer popt er een “oja” verhaaltje op. Zoals het feest wat die week ging beginnen in de hele streek. Een soort van afsluiting van het jaar. In alle dorpen waren ze aan het voorbereiden. Alle huizen werden goed schoongemaakt en soms zelfs opnieuw in de verf gezet. Het feest zou eigenlijk vrijdags van start gaan, maar sommige dorpen begonnen al eerder. Dit feest zou een week duren. Een week van dansen en drinken. Dansen in de straatjes en op de weg. En volken die meestal niet drinken, deden dat dan wel op de laatste dag. Daarnaast probeert men geld op te halen (om drank te kopen?..). een van de manieren was het plaatsen van een wegblokkade (boomstam over de weg). Je moest dan een paar muntjes geven en dan werd de stam weggehaald door het groepje mensen dat zich daar ophield (vaak jongeren).
Maar soms lag de volgende alweer 20 meter verderop. En niet alle chauffeurs hadden daar geduld voor. We zagen soms iemand heel boos uit een truck komen, of uit een autobusje. Ja die dingen rijden al zo langzaam, en als je dan ook nog steeds moet stoppen!!
Het leukste wat we zagen was een dorpje waar aan het eind van de middag al flink gefeest werd. In het kleine straatje (nog geen 30 meter lang) was iedereen aan het dansen, jong en oud. De vrouwen in een soort polonaise, met ander soort bewegingen dan. Maar af en toe gingen ze gewoon los (op de luide muziek die ergens aangezet was) Met een soort uitbundigheid die we niet eerder bij indiers zagen! Nadeel was wel dat een aantal mannen erg dronken waren en als gevolg vandien nogal plakkerig en dreinerig, ook tegen ons. Maar leuk was de vrolijkheid die even ongegeneerd mocht plaatsvinden. De rest van het jaar wordt er dag in dag uit gewerkt, en nu hoefde dat even voor een weekje niet!
Al met al kom ik zo'n beetje aan het eind van dit verhaal en tegelijk het bezoek aan Orissa. Er is nog zoveel te vertellen, maar dat ga ik niet hier en nu doen. Dit was een kleine impressie van alles wat we hier hebben gezien.
We zijn nu net gearriveerd in Bhubaneswar (de hoofdstad), om van hier uit morgen naar Darjeeling te vliegen. Vliegen gaat hier erg makkelijk en is goed betaalbaar. Dus hop je zo eenvoudig van staat naar staat!
Mijn volgende verslag komt dus terwijl ik aan een heerlijk kopje darjeeling-thee zit in het hillstation Darjeeling! lekker de (koelere) bergen in.
nog even geduld.....
India 2009
|
05 April 2009 | 15:12:38
Jullie zullen nog even geduld moeten hebben, wat het internet hier laat te wensen over! Met enige regelmaat is er of geen verbinding, of geen stroom!! Ja, India he?!
Morgenavond gaat het me zeker lukken, want dan zijn we weer even in een grote stad. Beloofd: morgen staan de avonturen van de laatste week er op!
Eindelijk in Puri!
India 2009
|
04 April 2009 | 15:43:09
Hallo lieve mensen!
Na een intensieve week van veel rijden (in een oude Ambassador... met chauffeur en gids) is de Tribe-trip tot een einde gekomen. Honderden kilometers hebben we afgelegd, door het binnenland (vooral veel bergen) van Orissa. Het was een tocht om nooit te vergeten, met een zeer begeesterde gids, Mr. Lala (de baas himself van het reisbureautje, een echte gentleman en vol liefde voor de bergstammen en het land zelf) en de chauffeur, Purna. Een goedaardige lobbes, altijd zorgzaam en voorkomend. Kilometers en dagen lang gereden, naar de meest afgelegen plekken. Dodelijk vermoeiend (waren we niet op vakantie?!) maar zo ongelooflijk boeiend en uniek!
Voor vandaag is het even genoeg, en we gaan zo lekker een hapje eten. Puri is in ieder geval weer wat meer op toeristen ingesteld, wat inhoudt dat je wat meer westers-getint eten kunt krijgen. Zondag ga ik proberen het hele verhaal en mijn ervaringen hier neer te zetten.
Ik heb heel even de kans om te internetten. We reizen nu sinds maandag door de bergen van Orissa. Het zijn lange dagen, soms gaan we 's ochtens al om 6 uur weg!!!! Maar het is zo machtig wat we allemaal zien en beleven! Inmiddels hebben we al een aantal autentieke bergvolken bezocht en gezien. Echt een unieke ervaring.
In het weekend gaan we eens flink uitrusten van al deze ervaringen en zal ik proberen het een en ander op deze blog te zetten!
Vroeg in de morgen van zaterdag vertrokken we met onze chauffeur richting Pushkar.
We hadden de indruk dat we er wel met een paar uurtjes zouden zijn, dat werden er helaas ruim vier! Afstanden afleggen duurt in India altijd langer dan je verwacht. Het gemiddelde tempo blijft rond de 80 hangen, met een beetje mazzel. En ook al zijn er af en toe stukken snelweg (3 baans), dan nog kan het gebeuren dat er een koe oversteekt, een paar vrachtwagens heel trag naast elkaar doorkarren zodat je er niet langs kunt. En toeteren, de hele weg. Zelfs voor een vogel op de weg wordt getoetert, gek wordt je er af en toe van!
Afijn, uiteindelijk waren we in Pushkar. Met enige moeite een hotelletje gevonden, wat slechts 350 roepie bleek te kosten. Zo goedkoop hadden we nog niet geslapen (5 euro),o.k., zonder airco, maar wel een grote ventilator.
En dan Pushkar…. Een heilige plek voor veel pelgrims, met een groot meer waarin de heilige baden genomen worden. Ook veel hippies/ rugzaktoeristen en de daarbij horende winkeltjes met vooral veel kleding wat bij ons al lang niet meer wordt gedragen. Soort van flower-power hippie kleding.
Op zich een aardig dorp, jammer van het toerisme, wat ook weer zorgt voor een bepaalde benadering door de lokale bevolking (niet altijd prettig). Veel nep-priesters bij het meer, die je willen zegenen, tegen betaling natuurlijk. En waar we instonken: een paar prachtige gipsy-meiden die meteen op ons afkwamen toen Han een foto van ze nam. Voor we nee konden zeggen werden onze handen in de hennaversiering gezet en werd daarvoor een financiele bijdrage verwacht. Opdringerig dus.. daarna snel weer de henna afgewassen,maar we lopen nu maar mooi met een hand vol!
Terwijl we door de straatjes liepen was er opeens een hoop tumult. Er bleek een politicus met zijn gevolg door de stad te gaan, om stemmen te werven. Binnenkort zijn er verkiezingen en dat is af en toe goed te merken. Was leuk om even mee te maken.
Wat nog leuker was, was het hindu-feest wat gaande bleek te zijn (we treffen het ook wel!). Dit keer het ‘Navrati’ feest, het feest voor de moedergodin. Het is een feest voor vrouwen. De viering die we meemaakten (want in totaal duurt het 10 dagen, dus er zijn er wellicht nog een paar andere) was voor alle ongetrouwde meisjes. In groepjes van 10 tot 20 vertrokken de meiden (klein tot groot) met een paar muzikanten (trommels, trompetten, klarinet) vanaf een plek bij het meer. Allemaal prachtig opgemaakt en versierd, en op hun hoofd of in de hand, een soort beker met heilig water en wat bladeren ter versiering. De bonte stoeten vertrokken om de beurt (zo’n 5 minuten na elkaar) om zich door de straten van het dorpje te bewegen. Bleek dat ze langs alle huizen van de meisjes gingen om daar hun heilige water naar toe te brengen, afgesloten door een zegening. We hebben flink door de verschillende straatjes lopen draven om ze allemaal te volgen, bij te houden of te vinden. Was de ene muziek afgelopen, hoorde je in de verte alweer de volgende! Echt heel leuk om mee te maken. Dat zijn pas straatorkesten!!!
Zondagmorgen moesten we om 6 uur vertrekken, om om 10 uur een vlucht in Jaipur te kunnen halen. Wij dus weer vreselijk vroeg uit de veren. Op het hoekje wachten… geen chauffeur… half uur later: geen chauffeur.. uiteindelijk na veel bellen met zijn baas etc, kwam hij rond 7 uur opdagen. Hij had zich verslapen. De sufkop! In volle vaart uiteindelijk toch nog op tijd en de vlucht gehaald. Na aankomst (weer) in Delhi moesten we een paar uur overbruggen. Het vliegveld is dan absoluut niet de plek om zo’n tijd te moeten rondhangen, dus uiteindelijk zijn we naar een zeer chique hotel gegaan, daar een broodje (geitenkaas!!) gegeten, en heerlijk een een paar luie stoelen gehangen. Twee koppen koffie waren daar dezelfde prijs als onze laatste overnachting! Ahum.
Met deze trip is het hoofdstuk Rajastan voorlopig afgesloten. We hebben nog lang niet alles gezien, en voornamelijk sfeer geproefd. In het kort kan ik het samenvatten als: land van de Maharadja’s; de paleizen; de mannen met tulbanden in veel kleuren; lánd van kleuren; droog, warm, woestijnen, kamelen; kleurrijke vrouwen, prachtige koppen; Siks in grote getalen; over het algemeen lieve mensen; kortom: voor mij wel het land van 1001 nacht!! (voor het gemak vergeet ik nu maar even de armoede die er ook is, de gekte op de weg en in het verkeer, de opdringerige mensen etc etc….)
Onze volgende bestemming is Orissa, als startpunt het stadje Bhubaneswar waar het vliegtuig is aangekomen. Orissa is een arme provincie (deelstaat) in het noordoosten van India aan de indiase oceaan. Er gaan maar weinig toeristen naar toe. We gaan hier een week rondreizen met auto, chauffeur en gids. Doel is het bezoeken van de originele stammen die hier nog leven. Elke dag zullen we een stuk rijden, en dan dorpjes en markten bezoeken.
In de dagen hieropvolgend zal ik tussendoor proberen verslag te doen van onze ervaringen!
Bundi ligt ruim 200 km ten zuiden van Jaipur. Dat houdt in zo’n 4 uur rijden. We hadden een auto met chauffeur geregeld. Toen we eenmaal Jaipur echt verlaten hadden werd de omgeving laangzaamaan droger en dunner bevolkt. Als je nog wat uren door zou rijden zit je in de woestijn, maar dat slaan we dit keer maar over. Langs de weg steeds meer kamelen als lastdier. Ook veel vrachtwagenverkeer, waarvan de meesten prachtig versierd. Daar kunnen wij nog wat van leren! Helaas ook enkele omgevallen vrachtwagens. Op zich is dat niet vreems als je ziet hoeveel vracht ze soms bij zich hebben! De wagens puilen aan alle kanten helemaal uit, meters hoog en breed. Er hoeft niet veel te gebeuren om ze te doen kantelen. En als je daar dan nog eens het vreselijke weggebruik van de indiers bijtelt, is een ongeluk nooit ver weg. Geduld en beleefdheid kennen ze niet (onze chauffeur gelukkig wel), er wordt coninue ongeduldig getoeterd en men haalt onmogelijke toeren uit om toch maar in de kunnen halen. De tegenligger moet als gevolg vandien ook weer allerlei stunts uithalen om de inhalende tegenligger te ontwijken. Degeen met het meeste bravoure wint! Maar genoeg over de weg…
Na het dorre droge vlakke landschap werd het op een gegeven moment wat groener en heuvelachtiger. En toen verscheen Bundi, een schilderachtig stadje, gelegen tegen een berg. De huizen vrolijk gekleurd in voornamelijk blauw, maar ook geel, groen en roze. Boven tegen de berg aan eenud paleis, en daarboven een fort. Om de oude binnnestad heen een vestigingsmuur, met enorme toegangspoorten. De poorten zijn zo hoog omdat er olifanten doorheen moesten kunnen. Aan het begin van het stadje een groot meer (kunstmatig), wat zo goed als opgedroogd is. In de winter loopt het weer vol, na de regen, maar nu was het aardig aan het opdrogen.
En verder zou je Bundi ook wel ‘apenstad’ kunnen noemen. Het krioelt van de apen, die zich overdag door de stad bewegen, en ’s avonds in het oude paleis schijnen te slapen. De bewoners vinden het een ramp, want niets is veilig voor deze rovers. Je ziet daarom ook geen wasje buiten hangen! Wij vinden het wel een leuk gezicht, vooral als een hele groep zich even ophoudt in de boom voor ons hotelraam. Een soort van Artis, maar dan andersom, want het hotel heeft langs de balkonnen een raamwerk om de indringers buiten te houden.. en als ze tegen het gaas klimmen, zitten wij er achter! Haha.
In Bundi blijven we drie nachten. Het is hier zo vredig en er hangt een zeer ontspannen sfeertje. Dat blijkt ook als we wat rond wandelen. De mensen zijn bijzonder relaxed en vriendelijk. Wat een verademing na de stad!
De eerste ochtend besloten we gewoon wat rond te wandelen.Er zijn een paar grotere straten, waar het leven zich lijkt af te spelen, maar we kozen ervoor om van de weg af te gaan en stortten ons in het labyrint van de kleine straatjes die ons langzaam meer bergopwaarts voerden. Wat een feest om hier rond te lopen! Al die fraai gekleurde huisjes, vriendelijke mensen die ons soms uitnodigden even op hun binnenplaatsje te komen kijken, koeien goed doorvoed, veel kinderen die overal tevoorschijn kwamen (ook door de piepkleine raampjes van de huizen), veel vrouwen aan het werk, en de hele tijd ‘hello, hello’…. Straatjes die soms zo smal worden dat je denkt dat het niet verder kan gaan. En toch verschijnt er dan weer een straatje. Verdwalen is bijna onmogelijk, want het is hier niet erg groot. En dan is het leuk het gewoon maar te laten gebeuren.
Uiteraard is het hier redelijk toeristisch, maar (helaas) nog niet zo heel erg; een goede kop koffie moeten we toch echt missen! En het eten is indiaas en vaak HEET. De toeristen die we hier zien zijn frans of engels, en vnl backpackres. Geen groepen, geen massa’s. Heel fijn.
Vrijdag 27 maart.
In de ochtend wat rondgelopen. tussen de middag een heerlijke (ayurvedische) massage genomen. Is zo lekker en het kost bijna niks. 5 euro voor een heel uur, en dan ben je ook echt helemaal ontspannen.
In de namiddag stond een tripje naar wat dorpjes op het programma. Voor het gemak hadden we Ricky meegenomen, een gids die in ons Guesthouse leeft bij zijn familie. Een jongen die goed engels spreekt en veel weet te vertellen. Hoogtepunt was een zeer pittoresk en lieflijk dorpje, vriendelijke mensen, huisjes van leem. In dit dorpje veel pottenbakkers, en het proces was in de verschillende huizen van begin tot eind te volgen. Zeer arbeidsintensief, en dan levert 1 pot slechts 15 roepiecent op. Dat is zo'n 22 eurocent.. Niks dus.
Mooi zijn de vrouwen in deze streek met hun kleurige gewaden. net zo kleurig als alle huisjes! de mannen hebben vaak prachtig fel gekleurde tulbanden om. en kinderen zijn er in alle soorten en maten.
Morgen gaan we weer verder. ben even de naam kwijt van die stad.
Daarna, zaterdag, door naar Jaipur, waarvandan we naar Delhi vliegen. En van daaruit door naar Orissa, een provincie in het noordoosten langs de zee. Daar gaan we een kleine week langs allerlei stammen (tribes), met een gids en en chauffeur. Anders kom je er gewoon niet!
Of ik veel kan mailen weet ik nog niet. Jullie zullen het merken!
De roze stad
India 2009
|
25 Maart 2009 | 05:36:18
woensdag 25 maart
Jaipur is een grote stad, in die zin niet anders
dan andere grote steden. Ons hotelletje echter, al eerder door Han ontdekt,
ligt net van een drukke weg af in een rustig straatje, waar zelfs varkens
rondscharrelen. Een dorps gevoel, en eigenlijk een paradijsje midden in de
stad. Achter in de tuin (we hebben aan twee kanten de mogelijkheid om buiten te
zitten) zie je de jonge jongens die hier werken bezig, en loopt bij tijd en
wijle een groep apen rond. Ik heb me de eerste dag kostelijk vermaakt om die
beesten. Ze hangen aan de waslijnen, slingeren aan electriciteitskabels en
scharrelen overal naar eten. Dat vinden ze dan ook in een ton, die wordt
omgegooid en leeggeroofd. De kleine aapjes spelen tikkertje, en gister kwam er
een via de waslijn met zijn kop in een onderbroek terecht, die hij vervolgens
als buit tot zich nam. Leuk om heerlijk lui naar te zitten kijken.
Iets minder geslaagd was ons eerste tripje naar de
bazaar, in de roze stad, vlak bij HET paleis van de vier winden (waar de
huidige Maharadja van Jaipur nog woont). Het verkeer is megadruk en chaotisch.
We hadden een paar keer een fiets-riksha, waar ik me steeds minder veilig in
voelde. Je bent zo kwetsbaar dan! Later namen we een tuk-tuk, wat dan iets meer
bescherming geeft.
De roze stad is de oude binnenstad, omringd door
een enorme muur met grote toegangspoorten. En ja, de stad is roze, lichtroze..
alle huizen dezelfde kleur, de meesten oud, anderen opnieuw gebouwd. De bazaar
is markt, in alle zijstraatjes van de grote wegen die er doorheen lopen. En elk
straatje heeft zijn eigen waren en daarmee eigen sfeer. Wat minder is, is dat
de benadering van toeristen (wij dus ook) nogal indringend is. Meerdere malen
wordt er aan je gevraagd om te helpen met het schrijven van een brief aan een vriend(in)
in Nederland. Ik was de eerste keer compleet overrompeld en liet me inpakken.
Voor ik het door had zat ik een mierzoete liefdesbrief aan ene Ingrid uit
Rotterdam te schrijven. De boeketreeks was er niets bij. En dan begint het
spel. De man in kwestie wil je heel erg bedanken en wil je iets geven, een
ketting.. of je maar even mee wil naar zijn winkeltje…. En daar haakte ik af:
het voelde niet goed meer. Met veel moeite hebben we ons los kunne maken van
deze man, maar nog meerdere keren daarna werd gevraagd of we een brief wilden
schrijven. Slimme truc dus, waarmee ze mensen uiteindelijk in hun winkel hopen
te krijgen en je veel in de maag willen splitsen.
Uiteindelijk zijn we wat stratjes ingedoken en werd
de sfeer weer wat gemoedelijker. Als je maar weg gaat van de plekken waar
meestal de toeristen zijn, dan is het al snel anders.
De vrouwen hebben we gevonden: in het straatje met
de sari-winkels!!!! Het krioelt er van de vrouwen, die zich uitgebreid (zittend
in de winkel, op de vloer) allerlei stoffen laten zien, zodat er enorme bergen
gekleurde lappen door de hele winkel liggen. Een vreselijk leuk gezicht..
Verder nog wat straatjes met koekjesbakkers,
metaalbewerking, groente etc.
De volgende hebben we ons naar het paleis begeven.
En het was er zowaar redelijk rustig. Binnen de poorten staan veel wachters,
mannen met prachtige tulbanden en apepakjes aan. Ze willen allemaal wel op de
foto, als je maar een beetje geld geeft. Soms is dat die paar roepie wel waard!
Een gedeelte van het palies wordt nog bewoond door de Maharadja, en hij was
tuis want de vlag hing uit! Jammer, we hebben geen kopje thee met hem kunnen
drinken!
Uit het paleis wandelend loop je dan weer door een
poort, snel de binnenstad uit. Daar kwamen we op een groentemarkt terecht: een plek
waar nooit toeristen komen. En dan is het meteen zo gezellig! Iedereen wilde
wel op de foto, en als je die gemaakt hebt (en laten zien) zegt men: thank you!
Echt een andere wereld; weg van de toeristische attracties en drukte. En een
hoop lol, ondanks de taakbarriere.
Vandaag gaan we nog wat verder Rajastan in, waar
volgens Han prachtige mensen rondlopen!